dinsdag 24 november 2009

Hier had iets anders moeten staan, meen ik

Het was me het weekeinde wel, zoals dat heet, het afgelopen weekeinde.
Eerst liep ik nietsvermoedend met driekwart gezin door de Albert Heijn Purmerend. We hebben het hier over een Albert Heijn XL. Daar staat bijvoorbeeld zomaar een piano pardoes in de hal voor de toegangspoortjes, waar soms op gepingeld wordt door winkelend publiek. Meer dan eens betreft het vrouwen van middelbare leeftijd. Ze zitten tussen twee kappersbeurten in en dragen jassen die er zwaar uitzien en bij regen misschien wel een beetje ruiken naar natte hond. Volle zakken ook altijd, waar je op de bodem een oud kokindje vermoedt.
De één speelt fraaier dan de ander, maar altijd hoor je tussen de noten het gemis. Een verlangen naar de laatste keer dat haar toetsen werden betast. Vingers, het leken er altijd meer dan tien, die in vluchtige eendracht een tijdsverstillende symfonie speelden, slechts hoorbaar voor de muze. Die vingers draaien nu een saffie.

Het was druk in de Albert Heijn en ik deed wat ik doorgaans doe in supermarkten. Spelen met Hugo en zijn moeder irriteren door een eigen plan te trekken. Hierbij is het van belang te weten dat ik de winkelwagen duw. Mijn toegevoegde waarde in het geheel is, nu ja, laten we zeggen dat ik niet help.

Ik heb zojuist daadwerkelijk boodschappen gedaan. En zie nu dat ik na de openingszin 199 woorden heb opgebruikt voor bespiegelingen die aan het daadwerkelijke verhaal niets toevoegen. De roestige schrijver die de shredder niet eert.

Herstart. And stick to the facts, please.

In de Albert Heijn XL deed een meisje boodschappen. Dat meisje was Doutzen Kroes. In joggingpak, zoals ongeschreven wetten voorschrijven voor dergelijke mensen in dergelijke situaties. In Purmerend dus, in filiaal 1516. Het gevaar uit te weiden over het waarom ligt op de loer, dus ik volsta met de observatie dat ze ook live heel mooi zingt. En gezegend is met wat op de catwalk vermoedelijk als een vloek klinkt: een kont. Een magnifieke, Oud-Hollandsche – nee, herstel, Oud-Surinaamsche kont. Doutzen got back. Ik mag dit alles opschrijven, daar mijn vrouw mij er zelf op wees. Tegen de voltallige mikado-set uit modeland zou ik willen zeggen: haal ook eens wat lekkers in de Albert Heijn. Het zit beter, het staat beter.

Voor het verhaal was het mooi geweest als er nog een onschuldige ontmoeting had plaatsgevonden. Waarbij Hugo Doutzen gedag zei. Dat is nu eenmaal wat hij doet. Mensen gedag zeggen, met een volharding die je in alle eerlijkheid doorgaans ziet bij mensen met een mentale uitdaging. En dat ik na zijn “Hoi!” de tegenwoordigheid van geest had gehad om te volstaan met: “Hugo... wat had papa nou gezegd over vreemde topmodellen?”
In mijn fantasie is het Paul Schaffer orkest – die van Letterman – nooit ver weg.

Later die avond was ik in Amsterdam. We aten verbrande taco’s en roomsoesjes met chocoladesaus en dronken een prosecco die residu achterliet in het glas. Dat residu dronk ik na verloop van tijd ook op. Een aantal SMS’jes leidde ons naar de Kinkerstraat. Daar zaten mensen zich voor te bereiden op een dancefeest. Het had te maken met een thema, want iedereen was sportief gekleed. Mijn broer zag eruit als Jean-Paul van Poppel. Verder meerdere meisjes in korte broekjes met hoge sokken en hier en daar een haarbandje. Ik moest denken aan meisjes die in de jaren ‘80 LA Gear gympen droegen en in pornofilms speelden. Het is een gedachte die ik niet met de groep deelde.
Er werd gesproken over knuffelen onder invloed van XTC. Er werd verteld dat iemand het voor het eerst zou gaan doen. Het zijn dingen waar ik vandaag de dag niet heel veel mee kan. Een gedachte die ik wel deelde.
We namen afscheid van de feestgangers. Ook van het meisje dat stelselmatig tussen twee mensen in zat en zei: “Hè, lekker zo, met z’n drieën.”

Op de Overtoom besloten we ons geluk te wagen in de 301. In de 301 word je niet alleen vermaakt met muziek, er heeft ook, als vanuit het niets, abstract toneel plaats. Ik heb geen idee hoe ik dat verder moet uitleggen, behalve dat ik na afloop zei: “Ik vond de linker beter”. Vlak voor vertrek dronken we nog een biertje. Het was een obscuur merk waar ik nog nooit van gehoord had. Ik vroeg het barmeisje wat de bedoeling van het biertje was. Ze vertelde dat het ‘Dutch beer’ was en ‘organic’. Daarop vroeg ik: “Oh, no meat?”
Het was mijn beste grap van de avond.

In de nachtbus voelde ik mijn blaas al ter hoogte van Amsterdam-Noord, maar omdat de bus een altruïstische route reed deed ik er twee keer zo lang over om thuis te komen. Buiten vond ik een grote boom waar ik genoegzaam tegenaan kletterde. Mijn gedachten dwaalden af van wildplassen naar buitensex. Vroeger gebeurde dat nog weleens, in plaats van een broodje shoarma. Maar genoeg over vroeger.
Thuis aangekomen deed ik zachtjes mijn schoenen uit en haalde een blaadje van de linkerzool. Het blaadje rook naar poep. Mijn vingers dus ook. De prijs van het wildplassen. Ik reinigde zool en handen en deed het licht uit.

Toen ik aan deze tekst begon had ik er een bepaald gevoel bij. Dat is er totaal niet uitgekomen. Waarom weet ik niet. Maar wat is blijven hangen: om iets te geloven had je er over het algemeen bij moeten zijn.

5 opmerkingen:

Huck zei

Hahaha, de Doutzen-anekdote tilt de lap tekst naar grotere hoogten!

beerends zei

je had er bij moeten zijn.

Anoniem zei

hoge sokken... haarbandjes... porno films uit de jaren 80 mmm interessant... als ze nou ook nog eens zulke billen hadden gehad als doutzen.. was het helemaal een top avond geweest :)

Sisu zei

Meestorlijk!

bull zei

ik was er, zij het half, beij. en ik had het gevoel ook niet helemaal, ik had me zegmaar meer voorgesteld van mn ontmoeting met de friezin.