dinsdag 19 januari 2010

Lieve Hugo (1),

Je bent nu bijna twee jaar en met een mengeling van trots en twijfel moet ik bekennen dat je mij op sommige vlakken al voorbij bent gestreefd.

Jarenlang heb ik geleefd in de veronderstelling dat mijn onvermogen tot het aanvaarden van nederlagen was te herleiden tot iets uit mijn jeugd. Iets wat ik tot op heden nog niet volledig heb kunnen identificeren en isoleren. Dat is namelijk wat je moet doen met problemen. Je moet ze isoleren, om ze vervolgens met je alter-ego snoeihard tot pulp te slaan. Het maakt daarbij niet zo heel veel uit wie vasthoudt en wie de klappen uitdeelt. Nu blijkt echter dat ook in jou al een allesverzengende razernij sluimert. Die zijn dwaze, energieverslindende kop opsteekt in het zicht van de nederlaag. En net als ik bepaal jij en jij alleen de voorwaarden van die nederlaag. Dat heeft iets onontkoombaars, ik weet het, maar je bent nog te jong om de vallen te kunnen herkennen die je zelf zet. Troost je met de gedachte dat herkenning niet tot voorkoming leidt.

Wat ik je nu wel kan meegeven is dat wij op een essentieel onderdeel verschillen. Waar ik vloek op mijn eigen berenklemmen en vaster en vaster kom te zitten door in het ophopen van woede de verlossing te zoeken, daar demonstreer jij waarvan velen een leven lang verstoken blijven. Innerlijke rust. Ik heb het meermaals met verwondering aanschouwd. Je zondert je af, met oprechte woede, en wrijft dan met je palmen over de rug van je hand. Eerst snel, manisch, links op rechts, rechts op links, links op rechts, tot de frequentie geleidelijk afneemt en je langzaam je armen weer naast je lijfje laat hangen. Dan draai je je om, en alsof het nooit gebeurd is, zoek je weer contact of ga je eenvoudigweg iets anders doen. Nu pas realiseer ik me dat wat ik je zojuist wilde bijbrengen, jij allang beheerst. Je isoleert je nederlaag, en slaat deze handenwrijvend in elkaar. Net zolang tot hij niet meer opstaat. Tot hij niet meer weet dat hij kort daarvoor nog de glorieuze nederlaag was. Het is een beheersing van emoties die ik moest hebben gezien om daadwerkelijk te kunnen geloven.

Vergeef me dat ik mij er weleens aan bezondig het te verkopen als act. Een running gag die je zelf aangeeft en inkopt, aan mij slechts het publiek te lokken. Het is de stupiditeit die volwassenen kenmerkt. Het verkwanselen van de kwaliteiten van ons kroost. Omdat we zelf al jaren niemand meer verrassen. Wij kijken in de spiegel en aanschouwen de glimlach van de dompteur die zijn hoofd nog maar eens in de bek steekt van de tandeloze leeuw. Ik werk daaraan, echt.
Dat is een begin.


- Deel 2 wanneer tijd en ruimte in het OV dat toelaten -

3 opmerkingen:

Attenoje zei

Hulde aan de observerende en reflecterende ouder!

Maar... "Ik heb aanschouwt"?

beerends zei

oef...dank, pas 'm aan.

Ted zei

Hugo is blij met je, papa!